Gevleugeld bezoek

Groot en hoog

 

Dat zijn de woorden die het beste bij de toren passen. Een beetje zoals een rots of een klif. Sommige vogels denken er net zo over. Ze vinden dat wel fijn. De slechtvalk bijvoorbeeld, want die is dol op rotsen en kliffen.

 

Sinds een paar jaar woont er een koppel slechtvalken in de Sint-Romboutstoren. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Er stond een nestkast voor hen klaar om in te wonen. Maar daarvoor trokken de slechtvalken hun neus bek op. Ze kozen liever zelf hun plekje. Een paar jaar geleden kregen ze voor het eerst jongen in de toren. Nu komen ze elk jaar terug om te broeden.

 

Slechtvalken zijn roofvogels. Elke avond vliegen ze uit en gaan ze op jacht. Vooral duiven vinden ze lekker. Zo lekker zelfs, dat ze er soms tot 6 op één dag vangen. De jacht is een echt spektakel. Slechtvalken zijn de snelst duikende vogels ter wereld. Ze halen soms zelfs 380 km per uur. Dat is drie keer sneller dan een wagen op de autosnelweg.

 

Ook de jongen moeten leren jagen. Dat gaat zo: vader of moeder heeft een prooi (dat is een dood beest) in de klauwen. Samen met een van de jongen vliegen ze rond de toren. Dan gaat de ouder iets hoger vliegen en laat de prooi vallen.

 

Vangen! roepen ze dan. En dat probeert het jong. Maar het lukt niet altijd meteen. Dan duikt de ouder vliegensvlug achter de prooi aan en beginnen ze gewoon opnieuw.

 

Je snapt wel dat het soms voor een hoop viezigheid zorgt, net als bij kinderen die leren eten. Maar hier gaat het niet om kleverige handjes en klodders fruitpap. Onderaan de toren kan je de restjes van de jacht zien liggen: koppen en vleugels.

 

Mmmmm... Je zou er zo honger van krijgen!

foto's worden geladen...