De slechtvalk

De slechtvalk

De grootste valken

De slechtvalk behoort tot de grootste valken. Het is een forse roofvogel met een gemiddelde grootte van 43 cm. Hij heeft een lichte onderkant met dwarsbanden, een donkergrijze rug en de brede zwarte baardstreep die typisch is voor valkachtigen. De poten zijn geel en de snavel is blauwzwart en reeds vanaf de snavelbasis gekromd. De jongen zijn eerst bruin en nemen later de kleuren van de volwassen vogels aan. Er treden lichte variaties op bij de verschillende ondersoorten (wereldwijd een twintigtal).

 

Spectaculaire jachttechniek

De slechtvalk staat bekend om zijn spectaculaire jachttechniek. Hij jaagt in open, weidse gebieden met hoge observatieposten: hoge rotstoppen, hoogspanningsmasten enz.

 

Als hij een prooi bemerkt, vliegt hij in de tegenovergestelde richting weg. Vervolgens voert hij een zogenaamde 'stootduik' uit die van hem wereldwijd de snelst duikende vogel maakt (tot 380 km/uur): hij wint hoogte en vliegt op die grote hoogte verder tot hij zich boven zijn prooi bevindt. Daarna zet hij een adembenemende duikvlucht in om de prooi in zijn klauwen te vatten.

 

De prooi wordt in de vlucht geslagen en is meestal op slag dood. Het gaat om vogels (duiven, eenden enz.) en soms ook om andere dieren, die op de grond worden gegrepen. Ondanks deze spectaculaire en listige jachttechniek ontsnapt bijna 80% van de prooien aan de slechtvalk!

 

Feiten en kenmerken

Nederlandse benaming

Slechtvalk

 

Latijnse benaming

Falco peregrinus (letterlijk: pelgrimsvalk)

 

Orde

Falconiformes

 

Familie

Falconidae

 

Gemiddelde grootte en gewicht

MannetjeVrouwtje
Totale lengte38 - 46 cm46 - 54 cm
Spanwijdte90 - 100 cm104 - 113 cm
Gewicht600 - 750 gr900 - 1.300 gr

 

Levensverwachting

+/- 15 jaar

 

Verspreiding

Wereldwijd, met uitzondering van Antarctica en Nieuw-Zeeland

 

Paartijd

Eind februari

 

Eieren

2 à 4 roodbruine eieren met elk een gewicht van 70 gram gelegd met tussenpozen van 2 dagen

 

Broedtijd

35 à 40 dagen

 

Kenmerken vrouwtje

Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje merkelijk groter en zwaarder dan het mannetje (tot 30%). Ze weegt ongeveer 900 gram en heeft veel zwaardere klauwen. Zij is gebouwd voor het vangen van duiven.

 

Kenmerken mannetje

Het mannetje weegt ongeveer 620 gram en is gebouwd voor het vangen van spreeuwen en andere vogelsoorten van dat formaat.

 

Jachtterrein

Het jachtterrein van slechtvalken is zeer uitgestrekt. Ze verblijven meestal op klippen en in ravijnen. De soort is een bewoner van vrij open, afwisselende landschappen met relatief weinig bebossing. 's Winters komt het dier voor langs kusten en in moerassen, en soms op kerktorens in steden. In die steden vangen slechtvalken ook vogels die 's nachts overvliegen en jagen ze op vleermuizen die langs de schijnwerpers van verlichte hoge bouwwerken vliegen.

 

Jacht

De slechtvalk jaagt bijna uitsluitend op vliegende vogels. Hij gaat achter zijn prooi aan met een stootsnelheid van ongeveer 320 km/uur tot maximaal 380 km/uur. Het maakt van hem de snelst bekende vogelsoort. Met een snelheid van 120 km/uur zet hij zijn klauwen diep in het achterlijf van de prooivogel, die onmiddellijk dood is.

 

Prooiresten en braakballen

In de buurt van slechtvalkennesten vinden we prooiresten als poten, stukken vleugel en losse pluimen. Omdat hij de niet eetbare delen van zijn prooi grotendeels laat liggen, maakt de slechtvalk weinig braakballen. Die zijn zeer licht, los en pluizig.

 

Uit het valkenleven gegrepen

Midden februari zet de slechtvalk het broedseizoen in met de balts. Het mannetje zoekt ijle hoogtes op, sluit zijn vleugels en begint met het kopje naar beneden aan een adembenemende duikvlucht. Als een vrouwtje hem imiteert, is het aan hem om zijn jachtkunst te bewijzen. Hij vangt prooien voor het vrouwtje, dat hij de komende dagen zal bevruchten.

 

Tussen de jachtpartijtjes en rustperiodes door gaat de mannetjesvalk op zoek naar een ideale plek om zijn kroost groot te brengen: een overhangende rots, een beschut platform in een rotswand op tientallen meters hoogte… Hoe hoger de broedplaats, hoe kleiner het gevaar op roofdieren, al blijft er altijd eentje te vrezen: de oehoe.

 

Aangezien valken geen nest bouwen, legt het vrouwtje haar eitjes op de harde rotsgrond, ergens in de loop van maart. Zo'n valkennest wordt ook wel een 'horst' genoemd. Ongeveer veertig dagen lang broedt het wijfje haar twee tot vier roodbruine eieren uit en gedurende die tijd jaagt het mannetje voor twee (en daarna voor het hele gezin). Af en toe lost hij het vrouwtje bij het gebroed af, zodat ook zij even de vleugels kan uitslaan.

 

Na zes à zeven weken verlaten de jonge valken de horst, maar niet het territorium van hun ouders. Ze moeten eerst de bijzondere jachttechnieken van de slechtvalk aanleren, waarbij ze vogels in volle vlucht moeten kunnen grijpen. De ouders laten daarbij dode prooien vallen, zodat hun jongen zich in luchtachtervolgingen kunnen bekwamen.

 

Rond augustus verlaten de jonge roofvogels voorgoed het nest. Na een zwerftocht die een zekere tijd kan duren, zullen sommige een eigen jachtgebied vinden, op tientallen en zelfs honderden kilometers van hun horst. Andere overleven niet. Meer dan de helft van de slechtvalken sterft in de loop van het eerste levensjaar.

foto's worden geladen...