De comeback van de slechtvalk

Eind jaren 1960

De slechtvalk sterft uit in België. Niet één nest raakt nog uitgebroed. De chemische oorlog die de landbouw tegen rupsen, slakken en schadelijke knaagdieren voert, berooft de slechtvalk van zijn dagelijkse prooi en door het eten van vergiftigde vogels worden vele vrouwtjes onvruchtbaar.

 

Sommige leggen eieren die zo veel pesticiden bevatten dat het embryo onmiddellijk sterft. Andere hebben legsels waarvan de schaal zo broos is dat ze nog voor het uitbroeden breekt.

 

Bovenop de massale vergiftiging zijn er nog eierenverzamelaars die nesten leegroven, en valkeniers en andere stropers die het uitsterven van de slechtvalk in onze contreien bespoedigen.

 

Midden jaren 1980

Er is een gebruiksverbod uitgevaardigd op de schadelijkste pesticiden en roofvogels zijn tot beschermde diersoort uitgeroepen. Er worden weer slechtvalken in België opgemerkt. Het gaat om vogels die hier komen overwinteren, in periodes dat het te koud is in hun Scandinavische geboortestreek. Hun aantal blijft toenemen en stilaan groeit de hoop om een koppel op een Belgische rotswand te zien broeden…

 

Midden jaren 1990

Op een gezegende dag in mei 1996 kondigt het gepiep van een kuiken de comeback van de slechtvalk aan! Een eerste jong wordt gevoed in een nestkast op de wand van de koeltoren van de kerncentrale in Doel. De initiatieven die het Fonds voor Instandhouding van Roofvogels twee jaar eerder heeft opgestart, werpen eindelijk vruchten af.

 

Zomer 2007

In 2000 werden reeds zeven broedparen geteld en in 2007 zijn het er 27.De nieuwe Belgische dynastie van de slechtvalk doet het uitstekend. Meer dan vijftig paren brengen meer dan negentig jongen groot, een nieuw record.

 

Terugkeer naar de stad

Een van de doelstellingen van het slechtvalkenproject was het terugbrengen van deze vogel naar de stad. Dat lukte ook: in 2004 broedden de eerste valken in Brussel en Mechelen. Zij kozen hiervoor de 'gewijde rotswanden' van de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel en van de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen. Sindsdien hebben zich ook slechtvalken gevestigd in Lier, Mortsel, Antwerpen, Gent en Brugge. Ook in steden als Lokeren, Oostende, Tienen, Tongeren en Mons worden regelmatig pleisterende valken waargenomen.

 

De terugkeer van de slechtvalk naar de stad is ecologisch van onschatbare waarde. De roofvogel zal bijdragen tot een betere beheersing van de duivenpopulatie, want duiven zijn z'n geliefde prooi. In Brussel en Mechelen zijn de kerkfabrieken van de kathedralen alvast opgetogen over deze nieuwe bondgenoot in de strijd tegen de duivenplaag.

 

Nederland, Finland, Frankrijk en Duitsland

In 1990 trok er ook een koppel slechtvalken naar Nederland, waar een tiental nestkasten zijn aangebracht in elektriciteitscentrales en chemiebedrijven. In 2007 broedden bijna veertig paren er meer dan zestig jongen uit.

 

In geen enkel Europees land was de teloorgang van de slechtvalk zo alarmerend als in Finland. In de beste jaren telde het land bijna 1500 paren. In 1990 was dat aantal tot twintig herleid. Intussen is de populatie weer aangegroeid tot 500.

 

Net zoals in België was de slechtvalk ook in Frankrijk bijna uitgeroeid door het gebruik van chloorhoudende pesticiden zoals DDT. Van de vijfhonderd koppels die vóór de Tweede Wereldoorlog waren geregistreerd, overleefden er amper zestig. Intussen zijn er opnieuw meer dan 1300 koppels waargenomen.

 

In Duitsland is er een gelijkaardige evolutie. In 1950 werden er 1100 koppels geteld, waarvan er slechts 65 de crash overleefden. Vandaag de dag zijn er opnieuw meer dan 1500.

foto's worden geladen...