Wettelijk beschermd

Wettelijk beschermd

Het fraaie voorkomen en de buitengewone jachttechnieken van de slechtvalk hebben de mens eeuwenlang gefascineerd. Al in de middeleeuwen werden jonge slechtvalken gevangen om voor de valkenjacht te worden gedresseerd. In België is de slechtvalk sinds 1972 wettelijk beschermd, en sinds 1979 is dat het geval in de hele Europese Unie.

 

Hij mag enkel nog voor de jacht worden gebruikt of in gevangenschap worden gehouden als er bijzonder strikte regels worden gevolgd. Die moeten ervoor zorgen dat de wilde populatie er niet onder lijdt. Ook eieren en zelfs kadavers van de slechtvalk zijn wettelijk beschermd. Toch gebeurt het nog dat stropers nesten proberen te roven. Maar de ornithologen van het Fonds voor Instandhouding van Roofvogels waken. Zij houden elke gekende broedplaats nauwgezet in het oog.

 

Fonds voor Instandhouding van Roofvogels (FIR)

Het Fonds voor de Instandhouding van Roofvogels werd opgericht in 1979. De ornithologen van de vereniging zetten zich in voor het behoud en de bescherming van roofvogels. Het FIR bewaakt nesten van zeldzame roofvogels, onderneemt acties voor het behoud van specifieke biotopen, ondersteunt beschermingsoperaties op de trekroutes van roofvogels, houdt educatieve conferenties en bepleit het lot van zeldzame roofvogels bij regeringen en andere bevoegde instanties.

 

In België ijvert het FIR momenteel verder voor de bescherming van de slechtvalk, de ruigpootuil en de visarend. In Frankrijk ondersteunt het Fonds een beschermingsprogramma voor de grauwe kiekendief, in Spanje trekt het zich het lot van de lammergier aan en in Slowakije ontfermt het zich over de keizerarend, de sakervalk en de steenarend. Voor bijkomende informatie over het FIR kun je terecht bij Guy Robbrecht op het nummer +32 52 30 10 36 of firob@skynet.be.

 

Ringen van valkenjongen

De meeste valkenjongen die onder auspiciën van het Fonds voor de Instandhouding van Roofvogels het levenslicht zien, worden geringd. Rond de leeftijd van drie weken krijgen ze aan elke poot een ring aangemeten.

 

Twee ringen

Eén ring is uit metaal en draagt een uniek identificatienummer: hij is als het ware de identiteitskaart van de vogel. De Sint-Romboutsvalken hebben de inscripties L7 en P3. De tweede ring dient voor identificatie op afstand: in België is de tweede ring uit wit pvc vervaardigd, in Nederland is hij oranje. De kleurencodes zijn op internationaal niveau afgesproken en maken het mogelijk om het land van herkomst op afstand te bepalen, zonder de vogels te moeten vangen. Hiervoor zijn krachtige telescopen nodig.

 

Gegevens verzamelen

Elke waarneming wordt doorgestuurd naar het Belgisch Ringwerk, dat in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen is gehuisvest. Uit alle ingezamelde gegevens kan het gedrag van de valken worden nagegaan. Waar trekken ze heen in de winter? Waar vestigen zich de valkenjongen nadat ze het territorium van hun ouders hebben verlaten? Hoe monogaam zijn koppels? Hoe lang blijven ze in leven?

 

Hoe meer kennis over de slechtvalk kan worden vergaard, des te beter kunnen ze worden beschermd. Ook de waarnemingen worden bijgehouden.

 

Wie een (jonge) slechtvalk op de grond aantreft, neemt het best zo snel mogelijk contact op met Gust De Weerdt ( 0477-771019 ) van Vogelbescherming Vlaanderen


Bron: de glorieuze comeback van de slechtvalk, een publicatie van Electrabel.

foto's worden geladen...